Tag Archives: 4-2-3-1

Alle coaches hebben naar het WK gekeken, dus wordt het maar een saai seizoen in de Eredivisie… of niet?

Vanavond een korte blik geworpen op de oefenwedstrijd van NEC tegen Cracovia uit Krakow, Polen. Cracovia is de voormalige club van PSV-aanwinst Marcelo en eindigde het afgelopen seizoen zeven punten boven de degradatiestreep in de nationale competitie. En NEC speelde 1-1.

Maar belangrijker dan dat is de conclusie dat ook de Nijmeegse Eendracht Combinatie van plan lijkt het seizoen met een 4-2-3-1 formatie te lijf te gaan.  Na Martin, Pieter en  Mario dus ook gij, Wiljan?

Geachte lezer, denkt u nog één laatste keer terug aan het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika… Dat staat inmiddels ook wel bekend als het toernooi van de doorbraak van de 4-2-3-1, hoewel overigens ook in 2006 al drie van de vier halve finalisten dit systeem hanteerden, maar dit terzijde. Het WK 2010 staat om veel dingen bekend. Noem natuurlijk de vuvuzela, de jabulani en het overweldigende enthousiasme van de Zuid-Afrikanen… Maar het WK van de 4-2-3-1 staat zeker niet bekend om zijn fraaie voetbal . En ook niet onbelangrijk, het aantal doelpunten lag met 2.20 per wedstrijd lager dan op alle voorgaande toernooien. En dit ondanks de zwabberende Jabulani die toch wel wat keepers op het verkeerde been heeft gezet.

Zijn er dan geen mooie wedstrijden om op terug te kijken? Jazeker, alleen speelden Argentinië, Mexico, Uruguay en Chili allemaal geen behoudend 4-2-3-1. En Duitsland speelde met 4-2-3-1 wel prachtig voetbal. Het veegde Australië van de mat, pakte Engeland en Argentinië in en legde het hierna direct (met het kenmerkende 0-1) af toen het de eerste 4-2-3-1 tegenkwam in de vorm van Spanje in de halve finale. Nog een teken aan de wand: er zijn slechts een handjevol wedstrijden gespeeld waarin een team er in slaagde om een 1-0 achterstand in een overwinning om te zetten…

Maakt u de borst maar nat. De 4-2-3-1 komt er aan! Het aantal doelpunten zal dit jaar op een historisch dieptepunt komen te liggen, teams die een achterstand nog in een overwinning kunnen ombuigen zullen op één hand te tellen zijn. Of gloort er nog licht aan de horizon? Zijn er nog steeds mensen die als ware Capello’s hun teams rijp voor de slacht met een jaren ’90 4-4-2 het veld in sturen? Gaan we de eerste 4-6-0 experimenten op Nederlandse bodem zien, voortbordurend op de briljante uitvinding van Roma coach Luciano Spaletti? Zijn er Nederlandse adepten van de gevierde “Loco” Bielsa, die met zijn Chili in een aanvallende 3-4-3 het zweet op de voorhoofden van copycat 4-2-3-1 coaches bracht?

Nog maar tien nachtjes slapen en dan zullen we het weten…

Ajax: een terugblik op de 3-1 tegen Chelsea!

Ajax had op papier de meest aansprekende tegenstander van alle Nederlandse clubs in de oefencampagne. Regerend Engels kampioen Chelsea. Op het scorebord prijkte na 90 minuten een ferme 3-1 overwinning voor de Amsterdammers. Maar wat heb je aan een tegenstander op papier en een stand op een scorebord?

De opstellingen

Ajax trad in de halflege ArenA met een gemankeerd eerste elftal aan. Van de beoogde basis stonden slechts Enoh, Vertongen, Alderweireld, Anita en doelman Stekelenburg stonden op hun vaste positie. Siem de Jong werd van schaduwspits tot waarnemend spits benoemd en Zeegelaar, Sarpong, Eriksen, Lindgren en zelfs Oleguer kregen de kans om hun claims voor speeltijd kracht bij te zetten.

Chelsea trad zelfs vrijwel geheel in een B-formatie aan. Alleen John Obi Mikel en Michael Essien zijn normaal gesproken bekende gezichten in de basis van de Londense club. Voor Nederland was het aardig om de talenten Jeffrey Bruma en Patrick van Aanholt op vaderlandse bodem in actie te zien. Nieuwe aanwinst Yossi Benayoun, voor 7 miljoen overgenomen van concurrent Liverpool, maakte zijn opwachting vooralsnog niet.

De zomer

Overigens komt het financiëel verschil tussen Ajax en een topclub als Chelsea ook deze zomer weer aardig naar voren. Terwijl bij Ajax het salaris van El Hamdaoui een brug te ver is geeft Chelsea even zes miljoen uit aan een 17-jarige Tsjechisch talent (Kalas) en drie miljoen aan een Kroatische keeper van ook 17 jaar (Delac). Naar verluid heeft Ajax op het moment van schrijven een akkoord bereikt met Emile Mpenza, Belgische spits, 32 jaar en afgelopen seizoen in de Zwitserse competitie goed voor 21 treffers in 31 optredens. Kennelijk kan je op elke leeftijd nog godenzoon worden… Mpenza zou dan de eerste aanwinst zijn om het vertrek van Kennedy, Pantelic, Gabri en Rommedahl op te vangen en dan is het aanblijven van Suarez, Van der Wiel en Stekelenburg nog lang geen zekerheid. De soap ging zelfs zo ver dat trainer Martin Jol dreigde vreemd te gaan met het Engelse Fulham, alwaar hij in de belangstelling stond na zijn eerdere relatie met Tottenham. En de verhoudingen tussen club en trainer liggen kennelijk zo dat de club om de relatie in stand te houden toch nog enkele verborgen laatjes wist open te trekken. Ook Ajax-voorzitter Rik van den Boog ontging de parallel met de liefde niet: “Natuurlijk heb ik liever dat Jol flirt met een vrouw dan met een club, maar dat is voetbal.” Ajax is een club die altijd in beweging is, maar of dit de beweging is waar we op zitten te wachten?

De beelden van de wedstrijd waren ondertussen niet live, maar wel integraal met een half uur vertraging op RTL7 te zien. Wat een merkwaardig beeld, te meer omdat niemand op RTL er met een woord over repte dat de wedstrijd in feite al goed onderweg was terwijl de kijkers een uitgebreide voorbeschouwing voorgeschoteld kregen. Op zich niet erg hoor, een wedstrijd wat vertraagd uitzenden, maar kom daar gewoon voor uit…

De wedstrijd

Goed, het spelbeeld dan. Dat werd natuurlijk direct gekleurd door de vroege 1-0 van Ajax, of eigenlijk van verdediger Bruma van Chelsea die zijn keeper Turnbull passeerde met een verkeerd geraakte kopbal op een goede voorzet van Christian Eriksen, die frequent van positie wisselde met Sarpong. Daarna zagen we een aanvallend Chelsea, waarbij het spel in eerste instantie breder werd gehouden dan we van het ‘echte’ Chelsea en hun frequent gebruikte 4-1-2-1-2 opstelling gewend zijn. In het afgelopen seizoen domineerde Chelsea met een ‘narrow diamond’ variant het centrale middenveld volkomen, waarbij de fysieke kracht van Obi Mikel als verdedigende middenvelder en Essien meer centraal gecombineerd werd met de balcontrole van spelers als Ballack en Deco.

De 4-2-3-1 verdediging van Ajax

Hier zien we een ander beeld. Deze opname komt uit het begin van de wedstrijd, kort na de 1-0. Chelsea valt aan en opvallend is de positie van de vleugelspitsen van Chelsea, zeer dicht tegen de zijlijn aan. Ajax verdedigt volgens het bekende 4-2-3-1 principe, het centrum kort op elkaar, de backs dichtbij de centrale verdedigers (rood) om geen ruimte voor opkomende mensen weg te geven. Dit betekent automatisch meer ruimte aan de zijkanten, die dan moeten worden verdedigd door de teruglopende vleugelaanvallers (geel). In het centrum zorgen de controlerende middenvelders ervoor dat er geen braakliggend terrein voor de verdediging ontstaat. Op deze manier is Ajax bij balverlies met acht verdedigend ingestelde spelers goed voorbereid op wat komen gaat. Slechts de blauw gemarkeerde spits en aanvallende middenvelder hebben geen verdedigende taak zodra Chelsea de bal naar voren heeft verplaatst. Tegen de sterkere tegenstanders zullen we Ajax buiten balbezit op deze manier vaak voorde dag zien komen.

De 4-2-3-1 verdediging zoals het niet hoort…

Op de bovenstaande opname is het tegendoelpunt van Chelsea in de maak. Knullig balverlies van Enoh op het middenveld is hier juist aan vooraf gegaan, maar dit zou niet fataal hoeven zijn als er niet al meer dingen mis waren. Let op het stuitende verschil met de eerdere opname. Nu zijn er geen acht, maar slechts vier spelers van Ajax op hun verdedigende posten aanwezig. Met name de zeer vooruitgeschoven positie van de backs Oleguer (boven in beeld) en Anita (nog juist onder in beeld) is cruciaal. Hiermee ontstaat een drie-tegen-twee situatie die Chelsea goed uitspeelt. Bij terugkijken van de minuut voorafgaand aan deze goal valt op dat Ajax eigenlijk volledige controle heeft. Er is langdurig balbezit en de keuze om de backs zover naar voren te positioneren is bepaald niet geforceerd. Anita kiest voor een aanvallende actie op de linkerflank, maar de balans mist omdat Oleguer precies  hetzelfde doet op de rechter flank. Tegen een matige eredivisieclub zou Ajax hiermee wel wegkomen, maar op dit hogere niveau duidelijk niet…

De manier waarop Ajax kort hierna de 2-1 maakte verdient evenals de 1-0 geen uitvoerige analyse. Een blunder van keeper Turnbull zorgt ervoor dat gelegenheidsspits Siem de Jong eenvoudig de bal in een leeg doel kan schuiven. De associatie met de manier waarop het Nederlands elftal op het WK in Zuid-Afrika regelmatig vrouwe Fortuna aan zijn zijde vond is makkelijk gelegd. Het vervolg van de wedstrijd werd, met name in de tweede helft, verstoord door twaalf wissels in de tweede helft. Reden waarom deze analyse tot de eerste helft beperkt blijft. Wel maakte knuffelspits Suk opnieuw een doelpunt, tot groot vermaak van het Suk-Suk-Suk scanderende Ajax-publiek.

De conclusie

De blik omhoog…

Ajax met de terugkerende WK-gangers Suarez, de Zeeuw en van der Wiel zal de strijd in de eredivisie zeker aankunnen, maar of de komst van alleen Mpenza het verlies van Kennedy, Gabri, Pantelic en Rommedahl kan opvangen is maar zeer de vraag. Ajax schijnt nog in de markt te zijn voor een rechter vleugelaanvaller, maar zal ook hiermee niet de impuls krijgen die bijvoorbeeld van concurrent PSV, na het aantrekken van meerdere versterkingen voor de basiself, wel verwacht mag worden.

Het lijkt erop dat de tendens van de laatste tien jaar intact blijft. Ajax als leerschool voor binnen- en buitenlands talent dat, nog voordat de bloei volledig is ingezet, de lokroep van de Europese top niet kan weerstaan. Voor Ajax-fans mag het morgen 31 augustus zijn, zodat we weten dat Stekelenburg, Suarez en Van der Wiel de roodwitte kleuren nog minstens een half jaar zullen verdedigen. Het lijkt erop dat dat wel een ronde of wat aan Europees voetbal gaat schelen. Eerst maar eens tegen PAOK… Volgende afspraak: aanstaande woensdag, kwart voor negen!

Feyenoord… wordt 2011 het jaar van de waarheid?

Mario Been.

Assistent trainer van Feyenoord tussen 1999 en 2004: viermaal de derde plaats en eenmaal de tweede. Vertrokken om zijn eigen carrière als hoofdtrainer te starten: nog slechts één derde plaats in de eerstvolgende vijf seizoenen voor Feyenoord, nog een keer vierde, maar ook zevende, zesde en weer zevende. Europees voetbal aan de Maas was ineens geen zekerheidje meer. En toen kwam hij terug…

De verlosser van Feyenoord! Super Mario helpt Feyenoord op de been! Associaties met Barack Obama en Ché Guevarra waren niet van de lucht. Zie bijvoorbeeld de fraai gemaakte afbeelding hiernaast.

Het eerste seizoen onder Mario Been sloot Feyenoord af met de vierde plaats, verwachtingen ingelost en de lijn omhoog lijkt ingezet. Dat maakt het komende seizoen tot het seizoen van de waarheid. Mario mag nog duizend keer niet stuk kunnen bij de harde kern van de Feyenoord supporters, maar als Feyenoord dit seizoen niet tenminste de derde plaats haalt dan is ook Mario geen verlosser. Dan winnen argumenten als ‘geld’, ‘clubstructuur’ en ‘organisatie’ het van sentimenten als ‘clubgevoel’, ‘traditie’ en ‘historisch besef’. Maar hoe staat de geplaagde club uit Rotterdam Zuid er nu voor? Een blik in de selectie en een half oog op de wedstrijd tegen naburig Dordrecht…

In de Nederlandse competitie is er één ding op tactisch gebied wel erg eenvoudig. Een team kent vier verdedigers. Geen drie, geen vijf. Misschien dat dit seizoen wat maaltijd variatie gaat bieden, maar misschien ook dat Sinterklaas dit jaar echt bestaat. Het middenveld kent al meer variatie. Drie- of viermans middenvelden, die dan resulteren in drie- of tweemans voorhoedes. Uiteindelijk zijn sommige van deze 4-3-3 varianten dan nog wel als modern 4-2-3-1 uit te leggen, maar met die drie variaties (4-4-2, 4-3-3, 4-2-3-1) heb je het dan ook zo’n beetje gehad. Gelukkig zijn binnen deze grofstoffelijke termen diverse variaties aan te brengen, analyses te maken en patronen te illustreren. En dat gaat 11tegen11 nou precies brengen het komende seizoen.

Als we de huidige selectie van Feyenoord tegen het licht van de keuze tussen 4-4-2, 4-3-3 en als variatie 4-2-3-1 houden komen we tot de volgende analyse.

De centrale verdedigers hebben in alle drie de systemen een vrij vergelijkbare rol. Daarbij komt dat nieuwe aanvoerder Vlaar en vaste waarde Bahia misschien wel de meest zekere basisspelers van Feyenoord zijn.

Voor de positie van linksback heeft Feyenoord op huurbasis de jonge Deen Michael Lumb voor een jaar vastgelegd. Hij is ‘om niet’, zoals Don Leo Beenhakker het fraai verwoordde, van Zenit gehuurd en dat zal niet zijn om de bank warm te houden. Als rechtsback zal Dani Fernandez de jonkies de Vrij (18) en Schenkeveld (18) graag achter zich houden om zijn aantal van slechts vijf optredens in het hele vorige seizoen te overtreffen. Nu Schenkeveld voor minstens een half jaar aan het herstel van zijn kruisband mag werken lijkt de concurrentie vooral tussen Fernandez en de Vrij te gaan.

Op het middenveld geeft Mario graag de voorkeur aan drie vrij centraal spelende mensen die dan meestal in een driehoek met de punt naar voren opereren. Wanneer dan de beide achterste middenvelders meer controlerend opereren en de ‘punt’ dichter op de spits gaat spelen komt de formatie in de buurt van een 4-2-3-1 en wanneer de drie middenvelders juist dicht op elkaar blijven spelen is een 4-3-3 een passender omschrijving. Dit heeft ook implicaties voor de vleugelaanvallers. Zij zullen namelijk de balans moeten bewaren afhankelijk van de rol van de meest aanvallende middenvelder. In een 4-2-3-1 moeten de vleugelspitsen meer verdedigende taken uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan Kuijt op het WK. Omgekeerd moet in een 4-3-3 de centrale middenvelder meer verdedigend werk opknappen, zodat de andere twee middenvelders zich meer naar de flanken kunnen richten. Dit vrij technische verhaal is de kern van de analyse van Feyenoord in het komende jaar. 4-2-3-1 versus 4-3-3, aanvallen via het centrum versus over de vleugels. Deze tweestrijd zal nog vaak hier terugkomen.

Zowel in de 4-2-3-1 als in de 4-3-3 variant zal Been uitgaan van twee meer behoudende, controlerende centrale middenvelders. Gezien het afgelopen jaar zal zijn voorkeur waarschijnlijk uitgaan naar Karim el Ahmadi en Leroy Fer. Voor de centrale rol op het middenveld wordt het iets lastiger te voorspellen. Het voorbije jaar speelde Jonathan de Guzman vaak in deze belangrijke rol, maar hij is tranfervrij en ziet zijn toekomst buiten Rotterdam. Dit seizoen lijkt de rol als centrale spelmaker te gaan tussen de Rotterdamse talenten Georginio Wijnaldum en Luigi Bruins. Hoewel het bruggetje tussen Mario en Luigi bijna te makkelijk is om te leggen, lijkt Wijnaldum toch de meer constante speler op het moment.

Dan de cruciale vleugels. In een 4-2-3-1 systeem wordt een hybride rol van deze spelers verwacht. Verdedigers bij balverlies, aanvallers bij balbezit. Feyenoord heeft in de huidige selectie niet veel spelers die de rol op het lijf geschreven is. Spelers als Cissé, Biseswar en ook aanwinst Ruben Schaken hebben toch meer talent bij balbezit dan werklust bij balverlies. Een keuze voor 4-3-3 ligt daarom op dit moment meer voor de hand. Dan zou Wijnaldum centraal een iets behoudender rol moeten krijgen om de vleugelspelers de gelegenheid te geven om ook bij balverlies al met de volgende Feyenoord aanval bezig te zijn.

Als centrale spits tenslotte mogen de ervaring en de jeugd het uitvechten in de persoon van Tomasson tegen Smolov en Castaignos. Het Deense clubicoon van Feyenoord is met 33 jaar inmiddels wel bijna net zo oud als beide talenten samen, maar zijn ervaring en zijn talent om zonder bal precies op de juiste manier te bewegen kunnen dit jaar wel eens heel belangrijk gaan zijn.

Ook Feyenoord wacht een warm seizoen. En laten we één ding afspreken. Als Mario niet minstens derde wordt dan is hij geen verlosser…

Portugese lessen voor een groeiend Groningen

Groningen ging gisteren met 4-2 onderuit tegen Vitoria Guimaraes in de eerste van twee oefenwedstrijden in evenzoveel dagen. Zoals de hele oefencampagne reeds het geval is startte de nieuwe trainer Pieter Huistra beide helften met twee verschillende elftallen, waardoor het niet moeilijk te zien in welke spelers hij de basis van zijn team ziet en welke, voornamelijk jonge talenten voor hun plek mogen knokken het komende jaar. Het tactische plan bestond inderdaad zoals gisteren voorspeld uit een 4-2-3-1 opstelling, zoals we die ook van de meeste grote teams op het WK kennen. Ondanks de afwezigheid van basisspelers Holla en Andersson, die beiden geblesseerd zijn en Enevoldsen en Matavz, die rust krijgen na het WK, is de aanpak die Huistra voor ogen staat duidelijk.

Wat ook duidelijk is is dat er nog wel wat werk aan de winkel is. Op zich is dat niet zo verwonderlijk in deze fase van het seizoen, maar het is te bezien of Huistra het ambitieuze 4-2-3-1 systeem op tijd van de grond krijgt. Naast het inpassen van de nieuwe aanwinsten Tadic op de linkervleugel en Ivens als rechter centrale verdediger krijgt rechtsback Maikel Kieftenbeld,  na twee seizoen in de basis bij Go Ahead Eagles, nu de kans om zich op het hoogste nationale niveau te manifesteren.

Laten we voor deze beschouwing vooral uitgaan van de eerste helft, aangezien buiten de beide doelmannen slechts de vier verdedigers van Vitoria Guimaraes na de rust op het veld terugkeerden. De eerste tien à vijftien minuten waren de gevaarlijkste kansen voor FC Groningen, dat met name een sterke linker kant liet zien. Linksback Stenman vervulde in deze fase de rol die je een back in het 4-2-3-1 systeem graag ziet doen: veel opkomend, zijn tegenstander hiermee dwingend hem te verdedigen in plaats van andersom en uiteindelijk over Dusan Tadic heen te gaan en de voorzet af te leveren waaruit de 0-1 ontstond. Aan de andere zijde speelde Kieftenbeld, misschien bewust zo geïnstrueerd, misschien om aan het niveau te wennen, in een meer ingehouden rol, waardoor de balans goed in het elftal bleef. Overigens zijn alle zes doelpunten op deze site te zien.

Hierna raakte FC Groningen echter de controle kwijt en ontstond, met name op het middenveld, te veel ruimte voor de Portugezen om de combineren. Twee dingen sprongen hierbij in het oog.

Allereerst het voorspelde zwakke meeverdedigen van Gonzalo Garcia Garcia. De evolutie waaruit het 4-2-3-1 systeem is ontstaan is in feite simpel. Waar een tegenstander in een 4-4-2 systeem speelt kun je op het middenveld een 3-tegen-2 situatie creëren  door een spits terug te trekken naar het middenveld, en dat zou vandaag Garcia Garcia moeten zijn. Denk hierbij aan de rol van Wesley Sneijder op het WK. Essentieel onderdeel van deze gedachte is dat bij balverlies de aanvallende middenvelder zich ook gedraagt als een centrale middenvelder van een team dat niet in balbezit is. Dat betekent jagen, druk zetten op de veelal centrale opbouw van de tegenstander. En dit ligt niet in de natuur van Gonzalo Garcia Garcia. Hoewel je wel ziet dat hij deze instructie probeert op te volgen liggen zijn kwaliteiten simpelweg niet op dit gebied. Vergelijk zijn situatie met die van Diego bij Juventus het afgelopen seizoen in deze analyse door Tomwfootball. En concludeer dat een trequartista als Garcia Garcia een anachronisme in het moderne voetbal is. Het is voor FC Groningen te hopen dat Petter Andersson snel weer fit is en zijn oude niveau na lang blessureleed dit seizoen weer zal halen.

Het tweede punt waardoor FC Groningen voor rust op achterstand kwam laat zich goed illustreren door een opname van het eerste doelpunt van Vitoria Guimaraes. De linies van Groningen zijn met kleuren gemarkeerd, de verdediging rood, de controlerende middenvelders oranje, de vleugelaanvallers geel en de aanvallende middenvelder blauw. Het probleem is het gat in de verdedigende linie, aangegeven met de stippellijn. Dit gat onstaat doordat rechter centrale verdediger Ivens uitstapt om zijn man te volgen, niet toevallig spits Edgar, in de voorbeschouwing gisteren aangegeven als dè man bij Vitoria Guimaraes. Hierdoor moet Granqvist zover naar centraal opschuiven dat ook hij rechts van de as van het veld komt te staan. Stenman kan gezien de positie van zijn direct tegenstander het gat niet opvullen en Sparv ziet het wel, maar te laat. De inschuivende man is niet meer tegen te houden en Vitoria Guimaraes maakt door middel van deze fantastische aanval de 1-1.

Wat er in deze situatie door elkaar loopt is de zonedekking en mandekking. In feite leent het 4-2-3-1 systeem zich vrijwel alleen voor zonedekking. In theorie vormen de centrale verdedigers en de controleurs op het middenveld een hecht vierkant blok zodat de zones dicht bij elkaar liggen en de kans is hierdoor minimaal dat de tegenstander vrij komt te staan door slim positie te kiezen op de grenzen van deze zones. Maar dan moet wel consequent die zonedekking worden toegepast en dat is nu precies waar de kwestbaarheid van dit systeem ligt. Vitoria Guimaraes geeft hiermee een duidelijke boodschap af voor de trainersstaf van Groningen waar ze hopelijk het hele seizoen nog profijt van zullen hebben. De zwervende, meer teruggetrokken rol van Edgar moet niet tot het inschuiven van Ivens leiden, maar Ivens moet de dekking overlaten aan Femi Ajilore (oranje gemakeerd). In dit screenshot zie je dat Ajilore hiervoor prima gepositioneerd is, beter dan voor het druk zetten op de bal, zoals hij nu probeert. En overigens grijpt dat weer terug op het eerste punt: die rol zou voor Garcia Garcia moeten zijn hier.

Uiteindelijk werd het voor rust nog 2-1 voor de Portugezen via een mogelijk houdbaar afstandschot na een knappe individuele actie van Edson. Afijn, één oefenwedstrijd, vele lessen… En zo hoort het ook. Het gaat tenslotte om de toepassing van deze lessen wanneer het er echt om gaat. En dat is ook vanavond nog niet zo, al wacht met kampioen Benfica wel een sterke tegenstander.

WK finale 2010 Nederland – Spanje: vooraf…

Niet elke 4-2-3-1 is hetzelfde…

Nederlandse vleugels tegen een Spaans centrum!

Voetbalgeschiedenis in de maak! Het duizelt dit WK van de statistieken, mede dankzij de opkomst van kanalen als twitter, podcasts, gamecasts en wat al niet meer. De eerste WK-finale voor Spanje, beide teams werden nog nooit wereldkampioen, nog nooit een Europese finale buiten Europa. Maar ook prestaties en spelpatronen van individuele spelers werden meer dan ooit blootgelegd. Xavi maakt veruit de meeste meters én verstuurt meer passes dan wie ook, slechts gevolgd door teamgenoot Xabi Alonso. Van Bommel krijgt de meeste (20) vrije trappen mee, Ramos maakt de meeste overtredingen (15), maar nog geen geel. En zo kun je maar doorgaan en doorgaan…

Je kan het zo gek niet bedenken of met name OPTA houdt het wel bij. En ondanks de stortvloed aan informatie is er wel degelijk wat zinnigs uit te halen. Er staan in de finale van het wereldkampioenschap twee teams op het veld die het 4-2-3-1 systeem spelen dat ook al in 2006 furore maakte. Net als in dat toernooi speelden drie van de vier halve finalisten consequent met dit systeem. Een prachtige analyse van alle 4-2-3-1 variaties van dit toernooi vindt u hier. Wie anders dan voetbaltaktiek-goeroe Jonathan Wilson legt u haarfijn uit dat de verschillen ondanks een op papier gelijke opstelling levensgroot zijn.

Wat mij betreft zit het voornaamste verschil tussen Nederland en Spanje in de manier waarop ze het spel opbouwen. Bij Spanje steekt er één man met kop en schouders boven uit als het gaat om de hoeveelheid balcontacten en dat is natuurlijk Xavi Hernandez. Hij speelt in een centrale rol en vrijwel iedere aanval die Spanje opbouwt gaat langs hem. Nederland daarentegen, zoals eerder uitgelegd in de nabeschouwing van de halve finale tegen Uruguay speelt voornamelijk via de backs en hun voornaamste aanspeelpunten zijn de vleugelspelers aan hun eigen kant, respectievelijk Kuijt voor van Bronckhorst en Robben voor Van der Wiel.

Verwachte opstellingen

Het zal dus een strijd worden tussen enerzijds de dominantie voor Spanje in het centrum van het veld, waar ook hun beste spelers staan opgesteld, en anderszijds de vleugels van Nederland. En daar hangt ook de keuze mee samen die Del Bosque moet maken voor zijn aanvalstrio. In de halve finale tegen Duitsland werd Torres geofferd voor Pedro, waardoor Villa als centrale spits kwam te spelen. Door de frequente positiewisselingen tussen Pedro en Iniesta onstond een dynamiek op de vleugels waar de statische Duitse verdediging veel moeite mee had. Als Del Bosque daarentegen voor de dominantie in het centrum kiest ligt de keuze voor Torres centraal en Villa als ouderwetse linksbinnen het meest voor de hand. Dit stelt Van der Wiel in potentie voor soortgelijke problemen als tegen Robinho in de kwartfinale tegen Brazilië.

Kortom, zullen de Spaanse tiki taka aanvallen door het centrum het winnen van de Nederlandse vleugels? Veel zal afhangen van de rol die Van Bronckhorst en Van der Wiel in aanvallend opzicht kunnen uitoefenen. Tenslotte staan Villa, Pedro en Iniesta als vleugelaanvallers niet bepaald bekend om hun meeverdedigende kwaliteiten. Hopelijk kunnen de middenvelders De Jong en Van Bommel voldoende stabiliteit bieden om de backs aanvallend de ruimte te geven, waarbij het niet ondenkbaar is dat Sneijder meer defensief werk in het centrum zal moeten leveren om de balans te bewaren…

Hoe dan ook wordt de finale een ode aan de twee landen die het al jaren door hun attractiviteit verdienen om een WK-finale te spelen. Voetbalgeschiedenis in de maak!

Nederland – Uruguay 3-2: het nieuwe voetballen!

4-2-3-1 tegen 4-1-3-2: het nieuwe voetballen en hoe Van Marwijk op dit WK het geluk afdwingt …

 

Waar Maarten Ducrot het wielrennen graag in termen van ‘oud’ en ‘nieuw’ wielrennen beschrijft, lijkt er op het WK 2010 zoiets als ‘oud’ en ‘nieuw’ voetballen te verschijnen. Dat vergt enige uitleg.

In het oude voetballen was de wereld tamelijk overzichtelijk. Ik zal niet zover teruggaan als de bijbel van de ontwikkeling van voetbaltaktiek van de briljante Jonathan Wilson, maar neem ter vergelijk de situatie bij het Nederlands elftal met die van het WK van 1998. De verdedigers schakelden in de eerste plaats hun man uit, verstuurden als het meezat een aantal prachtige lange passes. Wie herinnert zich niet de pass van Frank de Boer op Dennis Bergkamp in de kwartfinale tegen Argentinië? De middenvelders hadden bij uitstek het meeste balcontact, daarmee verantwoordelijk voor het creëren van kansen voor de spits om af te maken en de vleugelspelers tenslotte waren op hun best met rushes langs de lijn, resulterend in afdraaiende voorzetten richting, opnieuw, de liefst fysiek sterk spits. Patrick Kluivert, spits van Oranje in 1998 en nog altijd onbedreigd all-time topscorer van Oranje, is hiervan een uitstekend voorbeeld.

En nu dan? De backs hebben minstens zoveel balcontact als de creatieve middenvelders, het centrale middenveld wordt kort voor de verdediging gehouden en de voormalige tweede spits is veranderd in een aanvallende middenvelder, een rol die types als Sneijder en Özil op het lijf geschreven lijkt. De backs vervulden een promintente rol als je het elftal rangschikt op aantal balcontacten: 2e en 6e tegen Denemarken, 2e en 4e tegen Japan, 1e en 2e tegen Kameroen, 1e en 3e tegen Slowakije, 1e en 5e tegen Brazilië en tenslotte 2e en 5e gisteren tegen Uruguay. Oftewel, de backs zijn ironisch genoeg de centrale spelers in het elftal geworden.

Dan de doelpunten. Tijdens het WK van 1998 scoorde Oranje tot en met de halve finale 13 keer en werden 6 van die 13 treffers door de spits gemaakt. Dennis Bergkamp (3), Pierre van Hooijdonk (1) en Patrick Kluivert (2) waren de scorende spitsen. In Zuid-Afrika scoorde de spits slechts 2 van de 10 doelpunten, zowel Van Persie als Huntelaar één. En hiervan was de treffer van Huntelaar dan nog een rebound van de doelpoging van vleugelspeler Robben. Van meer dan de helft naar minder dan een kwart. De scorende spits lijkt te zijn vervangen door de meevoetballende spits die spelers om hem heen in staat stelt te scoren, soms via directe assists zoals van Persie dit toernooi tweemaal deed, soms door een rol in de opbouw naar de assist te vervullen.

Kortom, in het nieuwe voetbal scoort de spits niet meer, maken de backs het spel en komen de goals van de man achter de spits en van de vleugelspelers die naar binnen snijden, hierbij geholpen door de trend om linksbenige spelers op rechts te positioneren en vice versa.

De opstelling

Basisopstellingen

Verschillen met de voorbeschouwing die eerder op deze site verscheen zijn er zeker. Oscar Tabarez, de ervaren coach van Uruguay, koos voor Cacares als vervanger van de geschorste Fucile op de linksback positie. Cacares is een rechtsbenige centrumverdediger die de naar binnen snijdende rushes van Robben beter moest kunnen opvangen. Verder was het opvallend te zien dat Uruguay in feite met één centrale verdedigende middenvelder speelde en daarvoor een ook vrij verdedigend ingestelde lijn van drie middenvelders. Hiermee ontstond een ruitvormig verdedigingsblok op het middenveld, iets waartegen Nederland nog niet eerder had gestaan en waarmee met name Sneijder het in het begin van de wedstrijd lastig had om ruimte voor zijn spel te vinden.

De wedstrijd

De lange inleiding van dit stuk staat er natuurlijk met reden. En dat is dat opnieuw in deze wedstrijd, nog meer dan eerder tijdens het WK de opbouwende vrije rol van de backs opviel. Met name de aanvallende capaciteiten van aanvoerder en linksback Van Bronckhorst kwamen geweldig goed uit de verf. Aan de rechter zijde was er voor Boulahrouz minder ruimte. Links op het middenveld had Pereira, van nature linksback bij Benfica, een veel meer naar voren gerichte rol dan zijn collega Perez op rechts. Laatstgenoemde was in de eerdere optredens ook naast Arevalo als centraal verdedigende middenvelder geposteerd. Doordat Uruguay Van Bronckhorst onvoldoende onder druk zette, een logisch gevolg van de teruggetrokken positie van rechter middenvelder Perez, riep het de 1-0 in feite over zichzelf af.

Hierna ging Perez een iets aanvallender positie innemen (www.fifa.com) waardoor het spelbeeld meer in evenwicht kwam. Hier kwam een goede fase van het Uruguayaanse middenveld bij, waarbij ook nog eens De Zeeuw eerst geblesseerd het veld moest verlaten en daarna een ruim kwartier niet volledig aan het spel leek te kunnen deelnemen. Regelmatig liet Forlán zijn uitstekende gevoel voor ruimte zien door keer op keer tussen de Oranje linies op te duiken en niet voor niets was hij voor deze wedstrijd al de speler met de meeste treffers van buiten de zestien sinds Lothar Mattheus in 1990 (bron OPTA) en schiet hij 73% van zijn schoten van buiten de zestien op doel tegen 33% binnen de zestien (opnieuw OPTA). Het feit dat hem dit in deze wedstrijd opnieuw lukte terwijl toch vooraf duidelijk was dat Nederland dit gevaar te wachten stond is een sterk pleidooi voor zijn kwaliteiten. Niet voor niets gaan er geruchten over een terugkeer naar Manchester United, dat team kan wel een zwervende speler om spits Rooney gebruiken.

Van Marwijk wisselde in de rust de geblesseerde De Zeeuw voor de meer aanvallend ingestelde Van der Vaart en verliet hiermee voor het eerst zijn heilige 4-2-3-1 systeem. Sneijder kreeg een iets meer teruggetrokken rol en Van der Vaart nam de rol achter van Persie op zich. Hiermee maakte Oranje stukken beter gebruik van de ruimte die Uruguay bood. Dit had veel te maken met de keuze om de verdedigend ingestelde Gargano centraal op het middenveld op te stellen. Hierdoor waren twee controleurs op het middenveld in feite te veel van het goede en mocht Rafael van der Vaart de aanval meer kracht bijzetten. De wedstrijd kantelde hiermee in het voordeel van Nederland en het geluk om dit ook in de score vertaald te zien ontbrak niet.

Tenslotte

Nederland beschikt dit WK over een uitstekende technische staf en in deze wedstrijd werd eens te meer aangetoond dat een goede wissel de wedstrijd kan doen kantelen. Met een recent verleden van coaches die hier minder in zijn geslaagd mogen we met de kwaliteiten van Van Marwijk en zijn team onze handen dichtknijpen! Op naar de finale!

Nederland – Uruguay: vooraf…

De wedstrijd na de wedstrijd…

Voor beide teams zal deze wedstrijd toch te boek staan als de wedstrijd na de wedstrijd. De Nederlandse overwinning op Brazilië zal, hoe het WK 2010  ook verder afloopt, de boeken ingaan als één van de absolute hoogtepunten van dit wereldkampioenschap. De verrassing was groot, evenals het afgedwongen internationale respect en daarmee heeft Oranje overduidelijk de favorietenrol voor de komende wedstrijd.

Tegenstander Uruguay heeft ook bepaald geen onbewogen kwartfinale achter de rug. Het land zag zichzelf uitgeschakeld worden, ware het niet dat een symbiose van de ‘Hand van God, deel II’ en een verzameling engelen op de lat ervoor zorgden dat niet het Ghana van strafschopnemer Asamoah Gyan, maar het Uruguay van de veelbesproken Luis Suarez voor het eerst sinds 40 jaar in de halve finale van een WK staat.

Waar Maradona op het WK van 1986 in Mexico nog met zijn ‘Hand van God’ wegkwam moet Suarez er wel degelijk een prijs voor betalen. Hij mist de halve finale door een schorsing. Verder ontbreken linksback Fucile vanwege een tweede gele kaart en Ajacied Lodeiro wegens een gebroken middenvoetsbeentje. Centrale verdediger Godin miste door een dijbeenblessure het kwartfinaleduel met Ghana, maar zou tegen Nederland wel weer kunnen spelen (EDIT: Godin moet toch dit duel aan zich voorbij laten gaan en wordt waarschijnlijk door Victorino vervangen). Verder is het meespelen van centrale verdediger en aanvoerder Diego Lugano is enige tijd twijfelachtig geweest vanwege een kwetsuur aan de rechter enkel, maar hij lijkt fit genoeg om te starten aanstaande dinsdag.

Bij Oranje ontbreken Gregory van der Wiel en Nigel de Jong, beiden wegens een tweede gele kaart in de kwartfinale tegen Brazilië. Hun meer dan waarschijnlijke vervangers zijn Khalid Boulahrouz en Demi de Zeeuw, waarmee de opstelling niet anders zal zijn dan de 4-2-3-1 die van Marwijk en zijn assistenten niet alleen dit hele toernooi, maar ook de hele kwalificatie zoveel succes heeft gebracht. De 0-1 achterstand tegen Brazilië was zelfs de eerste achterstand van het Nederlands elftal tijdens de kwalificatie en eindronde van dit wereldkampioenschap.

Verwachte basis opstellingen

Uruguay heeft in dit WK, in tegenstelling tot Oranje, al een aantal keer van verschillende basisopstelling gebruik gemaakt. Tegen Frankrijk begonnen ze het toernooi met een 3-5-2 opstelling, die wegens gebrek aan aanvallende structuur werd verlaten. Hierna volgde tegen Zuid-Afrika en Mexico een vorm van 4-3-3 met Suarez als diepste spits. In de achtste finale tegen Zuid-Korea speelde Forlán juist weer achter de spitsen in een 4-3-1-2, een rol die hem uitstekend tot zijn recht doet komen. En opnieuw anders was het tegen Ghana, toen de basisopstelling het meest weghad van een 4-2-3-1 zoals we die van Nederland kennen en opnieuw was Diego Forlán de grote man op de centrale plek achter de spits.

Daarmee is maar aangegeven dat coach Oscar Tabarez, met de veelzeggende bijnaam ‘Maestro’, er niet voor terugschrikt om zijn team op dit WK aan de gegeven omstandigheden aan te passen. Tegen Nederland lijkt het, mede met de afwezigheid van sterspeler Suarez, logischer om een één spitsen systeem te verwachten, meest waarschijnlijk een 4-2-3-1 dan. Dit zou Forlán op zijn geliefde en succesvolle positie achter de spits plaatsen en tegelijkertijd voor de nodige balans op het middenveld zorgen met Perez en Arevalo in een verdedigende rol. Veteraan Abreu, held in Uruguay na zijn ‘Panenka’ tegen Ghana lijkt de aangewezen kandidaat om Suarez in de spits te vervangen. Abreu is wel een heel ander type speler dan de spits van, nu nog, Ajax. Hij is lang, 1.93m, en fungeert meer als aanspeelpunt (target man) dan als man van de actie, wat niet slecht aansluit bij de verwachting dat Uruguay het spel door Nederland zal laten maken en vooral in de counter gevaarlijk zal zijn.

Nederland – Brazilië 2-1

4-2-3-1 tegen 4-2-2-2 / 4-2-3-1: over Van Marwijk’s ingrijpen en hoe Brazilië zichzelf uitschakelt…

Vooraf

Nog voordat er ook maar een minuut gespeeld was stond reeds vast dat dit een ware klassieker van het WK 2010 zou worden. Nederland was maar liefst 23 wedstrijden ongeslagen aan de vooravond van deze kraker. De wereld hield zijn adem in, het Wereldkampioenschap Voetbal 2010 ging nu echt beginnen. De grootste kansen werden toegedicht aan het Brazilië van coach Dunga, in eigen land stevig onder vuur genomen vanwege de keuze voor defensieve stabiliteit boven swingend sambavoetbal. Bert van Marwijk schikte zich maar wat graag in de rol van underdog: ”Ik heb altijd gezegd dat we in staat zijn om iedere ploeg te verslaan. Daar blijf ik blij. Maar het is denk ik niet zo dat we als favoriet aan die wedstrijd beginnen. Misschien is dat ook wel eens lekker.”

De opstellingen

De opstellingen aan het begin van de wedstrijd

Over de opstelling bestond, zoals het gehele WK 2010 vooraf weinig twijfel. De 4-2-3-1 formatie staat als een huis en de keuze voor Kuijt op de linkervleugel beviel niet alleen goed tegen Slowakije, maar is ook een logische om de offensieve kwaliteiten van rechtsback Maicon in te dammen. Interessant was het om te zien hoe Nederland omging met de neiging van de Braziliaanse buitenspelers Alves en Robinho om vrij centraal te spelen dit WK, hiermee ruimte makend voor de opkomende backs Maicon en Bastos. Verder speelden De Jong en Van Bommel meer naar voren dan gebruikelijk, hiermee druk zettend op Felipe Melo en Gilberto Silva in de bedoeling om de Braziliaanse opbouw vroeg te storen.

Keerzijde van deze keuze was dat Van der Wiel vaak te maken had met zowel Robinho als de naar links neigende Kaka.  Een tweede probleem wat met de positie van De Jong en Van Bommel te maken had was de dekking van rechter middenvelder / vleugel-speler Dani Alves. De hybride rol die de back van Barcelona bij Brazilië sinds de blessure van Elano krijgt toebedeeld leidt ertoe dat de opstelling soms als 4-2-3-1 en dan weer als 4-2-2-2 wordt omschreven. In deze wedstrijd starte Brazilië zonder meer met Robinho en Alves op de vleugels, een 4-2-3-1 derhalve. Echter, naarmate de eerste helft vorderde en met name na de rust opereerden Robinho en Alves meer centraal, waarmee de 4-2-2-2 weer duidelijk zichtbaar werd. Giovanni van Bronckhorst was de man om Alves uit te schakelen, maar hiermee ontstond veel ruimte links achterin bij Nederland, in potentie een prachtig jachtterrein voor de opkomende Maicon.

Tenslotte werd slechts een paar minuten voor de aftrap van deze WK kwartfinale duidelijk dat Joris Mathijsen, die in alle kwalificatiewedstrijden en alle WK-wedstrijden tot dat moment nog geen minuut gemist had, wegens een knieblessure niet kon spelen. Hij werd vervangen door de clubloze (!) André Ooijer.

In de praktijk

De Braziliaanse aanval had in feite tamelijk vrij spel door de eerder geschetste problemen die Nederland had met met name Robinho en Dani Alves. Deze opname (8e minuut) illustreert het probleem. Robinho is naar binnen getrokken waardoor Van der Wiel (blauw) geen man meer heeft. Heitinga en Ooijer staan één-op-één met respectievelijk Robinho en Luis Fabiano. En op de Nederlandse linkervleugel heeft Dani Alves zijn mandekker Van Bronckhorst (paars) mee naar binnen getrokken waardoor Maicon (in balbezit), achtervolgd door Kuijt (rood), kan opkomen. Het gemarkeerde gebied ligt vervolgens helemaal open…

Opname uit de achtste minuut: let op de ruimte die links achterin ligt

Het zelfde fenomeen ligt aan de basis van de 1-0 van Robinho. Dani Alves is nu zover naar binnen getrokken dat Van Bronckhorst hem aan Heitinga heeft over gegeven. Robinho kiest slim positie tussen Robben en Van der Wiel in, waarbij laatstgenoemde helaas opnieuw alleen lucht staat te dekken en vervolgens duikt Robinho in het door Alves getrokken gat in het hart van de Nederlandse verdediging na een prachtige centrale pass van Felipe Melo. Alleen al het feit dat Robben van alle Nederlandse spelers nog het dichtst bij Robinho staat op het moment dat hij Stekelenburg passeert zegt genoeg over de positionele problemen in de Oranje verdediging.

Van Marwijk heeft zijn les gelukkig snel geleerd en vanaf de openingsgoal speelt Van der Wiel duidelijk dichter op Robinho waarmee de organisatie weer terug is in het Nederlands team. De rest van de eerste helft valt vooral het fysieke spel van Oranje op. Dit levert een aantal overtredingen, maar slechts één gele kaart (Heitinga) op. Neveneffect is een groeiende irritatie bij de extroverte Zuid-Amerikanen, met name over vermeende schwalbes en theather van de ‘man van glas’ op Oranjes rechter vleugel, die maar liefst acht vrije trappen mee krijgt deze wedstrijd (een record op dit WK). Dit komt uiteindelijk Michel Bastos op een gele kaart te staan en dwingt Dunga om Bastos kort na rust te vervangen door Gilberto Melo.

Na de rust

Direct in de eerste minuten na rust wordt duidelijk dat Van Marwijk uit een ander vaatje tapt. Backs Van Bronckhorst en met name Van der Wiel hebben een veel aanvallender rol, zoals we ze ook uit de eredivisie kennen. Hiermee maakt Nederland gebruik van het gebrek aan terugverdedigend vermogen van met name Robinho en in mindere mate Dani Alves. Beide vleugelaanvallers trekken nog meer naar hun geliefde centrale posities. Daarbij komen de Brazilianen dermate slap uit de kleedkamer dat Nederland de eerste minuten na rust het balbezit naar zich toe kan trekken en de tandems Van der Wiel-Robben en Van Bronckhorst-Kuijt komen meer tot hun recht. Dit komt ook goed tot uiting in de passing statistieken (www.fifa.com). Waar tegen Slowakije (link) de backs hun vleugelspits pijnlijk weinig wisten te bereiken is dat in deze wedstrijd wel anders: links tellen we 14 passes tussen Van Bronckhorst en Kuijt en rechts vinden Van der Wiel en Robben elkaar maar liefst 23 keer.

Het is bij de 1-1 dan ook Van der Wiel die oprukt aan de rechter kant, Robben vindt die op zijn beurt al dan niet getackeld wordt door Bastos, die reeds geel op zak heeft. Opnieuw enig theater van de vleugelspits waarbij scheidsrechter Nishimura terecht de kaarten op zak houdt. De vrije trap komt via Robben terug bij Sneijder en zijn voorzet belandt met enig fortuin via Felipe Melo’s hoofd achter doelman Julio Cesar die de bal volledig mist.

De overlappende Oranje backs zetten door, middenvelders De Jong en Van Bommel bleven de grens van het fysiek toelaatbare precies benaderen en daarmee het Braziliaans balbezit beperken. De Zuid-Amerikanen, niet gewend aan dergelijke tegenstand konden bij momenten hun ergernis niet weerstaan.

Uiteindelijk was het notabene uit een corner dat Nederland 2-1 maakte. De ironie aan deze treffer kon niet op. Sneijder (1.70m) die niet goed wordt gedekt door Felipe Melo (1.83m) en koppend scoort. De tegenstelling met de volkomen mislukte corner variant van Robben uit de eerste helft. Het feit dat juist Brazilië bekend staat om het goed verdedigen van dode spelmomenten, waar Oranje zelden uit deze situaties weet te scoren. Al deze ironie kwam vijf minuten later samen toen Felipe Melo eerst geen vrije trap kreeg in een duel met Van Bommel en enkele seconden later, na een overtreding op opnieuw Robben, niet voor het eerst in zijn carrière, zijn frustraties niet de baas kon en volkomen terecht wegens natrappen met rood het veld moest verlaten.

Hierna werd duidelijk dat Nederland op dit wereldkampioenschap in staat is om resultaatgericht voetbal te spelen, hierbij geholpen door het feit dat Brazilië in de onwennige situatie verkeerde van pressie te moeten spelen op jacht naar de benodigde gelijkmaker.

Tenslotte

Brazilië heeft in deze tweede helft vooral van zichzelf verloren. Het heeft Nederland toegestaan om hun temperamentvolle karakter slim uit te spelen in plaats van rustig te blijven en van de overvloedig aanwezige eigen kracht uit te gaan. Onder het motto van wie niet sterk(er) kan zijn moet maar slim zijn hebben Van Marwijk en zijn mannen, niet voor het eerst op dit WK, het maximale uit deze wedstrijd gehaald. Vereeuwiging in de Nederlandse sportgeschiedenis lijkt nu al hun deel te zijn! In diverse media lijkt het binnenhalen van de titel slechts een logisch gevolg van deze heroïsche wedstrijd. Het is nu aan Van Marwijk en zijn staf om te laten zien dat ze over meer gogme beschikken en te beseffen dat met Uruguay in de halve finale een heel anders ingestelde tegenstander wacht.

Nederland – Slowakije 2-1

4-2-3-1 tegen 4-2-3-1 met veel aanvallende positiewisselingen…

De opstellingen

Vooraf stond deze wedstijd in de Nederlandse media toch vooral in het teken van de terugkeer van Arjen Robben in de basiself van het Nederlands elftal op het WK 2010 in Zuid-Afrika. Waar de test van twintig invalminuten tegen Kameroen goed uitpakte, zowel voor het spelbeeld als voor Robbens toch wat tere gestel, waren de verwachtingen in Nederland hoog gespannen.

De opstellingen aan het begin van de wedstrijd

Robbens terugkeer betekende een keur aan mogelijkheden in aanvallend opzicht. Van Marwijk posteerde Robben aan zijn geliefde rechterkant, een positie die hem ook ik deze wedstrijd in staat stelde zijn kenmerkende naar binnen snijdende actie te maken waarmee hij dit seizoen al zo vaak de korte hoek wist te vinden. Op de linkervleugel verdiende Kuijt de voorkeur boven Elia, Afellay en Babel, hoewel de laatstgenoemde nauwelijks serieus in de plannen lijkt te hebben voorgekomen. Voor het overige staat de Nederlandse basis als een huis. De keuze om Kuijt hier te posteren maakte vele positiewisselingen mogelijk, aangezien zowel Sneijder als Van Persie aan de linker zijde goed uit de voeten kunnen. Dit drietal dook dan ook veelvuldig in verschillende posities op.

Aan Slowaakse zijde bleef de 4-2-3-1 opstelling zoals in de succesvolle wedstrijd tegen Italië gehandhaafd. De schorsing van verdedigende middenvelder Strba werd door Vladimir Weiss aangegrepen om aanvallende middenvelder Hamsik een linie terug te halen en zijn plaats achter de spitsen werd voornamelijk ingevuld door Jendrisek, hoewel Weiss en Stoch, de beide vleugelaanvallers frequent met Jendrisek van positie wisselden in het eerste deel van de wedstrijd. Hamsik, op zijn beurt kreeg de taak om het spel meer van achteruit te verdelen dan anders, hierbij gehinderd door Van Bommel en De Jong die om beurten druk op de jonge Slowaak zetten. Helaas bleken Weiss, Stoch en Jendrisek toch meer spelers die de pass ontvangen dan echte spelmakers en Hamsiks aanvallende rol, eerder zo succesvol op dit WK werd node gemist.

De doelpunten

1-0

 

In de 18e minuut is het, wie anders?, Arjen Robben die de score opent. Slowakije verliest de bal na een ingooi aan de rechter kant van het veld. Let vooral op de positie van de Slowaakse verdedigende middenvelders Hamsik (blauw) en Kucka (geel). Beiden staan halverwege de helft van Nederland op het moment dat Slowakije balverlies leidt. Op dat moment staat Robben pas halverwege de eigen helft, maar de combinatie van zijn snelheid en de handelingssnelheid van Wesley Sneijder zorgt voor een dieptepass waarmee een klassieke twee-tegen-drie situatie ontstaat.  Robin van Persie kruist achterlangs om ruimte te maken in het centrum en Robben plaatst de bal tussen de verdedigers door precies in de korte hoek.

 

2-0

 

Tijdens het noodgedwongen Slowaakse slotoffensief scoort Sneijder de 2-0. Een vrije trap rond de middellijn, genomen door aanvoerder van Bronckhorst (blauw) terwijl centrale verdediger Skrtel (paars) zich nog bezig houdt met protesteren. Kuijt en Huntelaar staan hierdoor één-tegen-één. Kuijt (rood) kruist met invaller Huntelaar, is teamspeler genoeg om het overzicht te bewaren en vindt Sneijder die de bal perfect plaatst door de benen van verdediger Durica.

2-1

De penalty kan je op veel manieren van commentaar voorzien. Nederland moet het schot er eerder uithalen, Heitinga moet centraal achterin blijven, Stekelenburg moet zijn arm niet uitsteken, of de spits haakt (slim) zijn been achter de arm van de keeper. Afijn, 2-1 met het laatste balcontact…

 

De statistieken

Wat tijdens de wedstrijd niet direct in het oog springt, maar duidelijk uit de passing statistieken (www.fifa.com) naar voren komt is het opmerkelijke feit dat er slechts één pass van linksback Van Bronckhorst naar linkeraanvaller Kuijt ging tegen 16 naar Robben. Aan de rechterkant zien we hetzelfde patroon: Van der Wiel verstuurde zeven passes naar Robben en maar liefst 16 naar Kuijt. Hiermee hebben beide backs de bal vaker naar doelman Stekelenburg teruggespeeld dan dat zij hun vleugelaanvaller wisten aan te spelen. Wil Nederland in de komende wedstrijden op dit WK aanvallend meer potten breken dan zullen de backs hun vleugelspelers toch vaker moeten bereiken.

Verder valt in de passing statistiek op dat Van Persie slechts 14 balcontacten heeft in de 80 minuten dat hij op het veld staat, ongeveer drie keer zo weinig als het gemiddelde van zijn medespelers (46) en 2,5 keer zo weinig als de Slowaakse spits Vittek. Ook dit zal de volgende wedstrijd behoorlijk hoger moeten zijn. Zie ook deze analyse van Van Persies WK-prestaties, afgezet tegen zijn Premier League prestaties van afgelopen seizoen.

Conclusie

Het Nederlands elftal speeltop dit WK in Zuid-Afika onnederlands voetbal, resultaatgericht en pragmatisch. Of dit voor de belangrijke komende wedstrijd van Nederland tegen Brazilië voldoende zal zijn weten we over een paar uur!