Category Archives: WC 2010

WK finale 2010 Nederland – Spanje 0-1 (na verlenging)

Na het Totaal Voetbal van ’74 en ’78 net geen Titel Voetbal van 2010…

 

Zelden leefde het hele land zo naar een voetbalwedstrijd toe als op 11 juli 2010. Nederland ging massaal gehuld in Oranje en hield collectief zijn adem in en hoopte dat de trauma’s  van West-Duitsland ’74 en Argentinië ’78 tijdens de derde WK finale door dit Nederlands elftal konden worden uitgewist. Zou het tiki taka van Spanje bestand zijn tegen de fysieke kracht van het Nederlandse middenveld? Zou Nederland net als Duitsland in de halve finale gedwongen worden vooral op eigen helft te verdedigen of konden Van Bommel en De Jong het middenveld van Spanje eerder onder druk zetten? En zouden de vleugelspelers, zoals in de voorbeschouwing aangegeven, om het Spaanse gedomineerde centrum heen komen? Kortom, zou Nederland het ‘Totaal Voetbal’ van de jaren zeventig kunnen overtreffen met het ‘Titel Voetbal’ van nu?

Ruim twee uur later was het Iniesta, in Engelse media omgedoopt tot Winiesta, die vier minuten voor het einde van de verlenging de bal langs Stekelenburg schoot en daarmee de eerste Wereldbeker voor Spanje een feit maakte. Oranje in tranen, de duizenden en duizenden fans vooral teleurgesteld, maar toch ook wel gelaten… Spanje was er opnieuw in geslaagd om zijn tegenstander de wil op te leggen. Nederland was er toch ook wel in geslaagd om het Spaanse spel aardig te verstoren door fysiek tot op en regelmatig over de grens te spelen, uiteindelijk leidend tot de achtste gele kaart in de wedstrijd, de tweede voor Heitinga, waarme het Nederlandse bolwerk instortte. En tenslotte de derde partij op het veld, scheidsrechter Howard Webb, die ook zijn stempel op de finale wist te drukken door een recordaantal van 15 gele kaarten te trekken, daarmee het bestaande record van 13 (Nederland – Portugal 2006) overtreffend. Zo vaak komt het niet voor dat een scheidsrechter zowel de fans van beide tegenstanders als de neutrale toeschouwers tegen zich weet te keren.

Uiteindelijk is het goed om aan te sluiten bij de woorden van Rafael van der Vaart, kort na de wedstrijd. “Maar we hebben niet van de arbiter maar van een sterk Spanje verloren”.

Terug naar de wedstrijd, de basisopstellingen waren zoals in de voorbeschouwing op deze site verwacht. En Spanje slaagde er feitelijk direct vanaf de aftrap in om het balbezit te domineren en daarmee het centrum te controleren. Nederland had al vlot veel overtredingen nodig om de Spaanse combinaties af te stoppen. En het spel speelde zich volledig op de Oranje helft af. Na het overweldigende begin slaagde Nederland er wel beter in om de Spaanse opbouw onder druk te zetten. In de opname hieronder zie je goed hoe de vier aanvallende spelers van Oranje voor de middellijn storend werk verrichten.

Nederlandse pressing na het eerste kwartier

In ruim tien minuten volgden toen een terechte en volkomen onnodige gele kaart voor Van Persie wegens een harde tackle op Spaanse helft en gele kaarten voor van Bommel en De Jong die beide ook rood hadden kunnen krijgen. En daarmee was door de twee controlerende middenvelders de grens van het toelaatbare ruim overschreden. De Spanjaarden slaagden er weliswaar in het vervolg niet meer in om direct doelgevaar voor rust te creëren, maar het gevoel van een kantelende wedstrijd hing vanaf die serie van drie gele kaarten voor rust continu in de lucht.

De manier van pressing die Nederland nodig had om zich de Spanjaarden letterlijk en figuurlijk van het lijf te houden is niet een speltype dat de volle negentig minuten vol te houden is. Waar de fysieke kracht in de tweede helft geleidelijk afnam en de kaartenlast verder en verder toenam nam het gevaar van Spanje toe, mede dankzij het inbrengen van Jesus Navas, een echte rechter vleugelspeler in plaats van de zwervende Pedro. Hiermee ontstond er meer ruimte voor Xavi om het spel te regisseren. En niet voor het eerst in dit toernooi ontstonden de betere Spaanse kansen na ruim een uur spelen. Kijk maar eens naar de timing van de Spaanse 1-0 overwinningen in de achtste finale, kwartfinale en halve finale: Portugal 63ste minuut (Villa), Paraguay 83ste minuut (Villa), Duitsland 73ste minuut (Puyol). Ditmaal slaagde Spanje er niet in om binnen negentig minuten het pleit te beslechten, maar het patroon was wel duidelijk. Daar tegenover stonden nog wel twee riante kansen voor Arjen Robben, dankzij zijn snelheid, wederom in combinatie met de snelheid van handelen en het overzicht van Wesley Sneijder. Situaties die zeer vergelijkbaar waren met het doelpunt tegen Slowakije in de achtste finale. Met name deze gemiste kansen zullen nog lang voor het gevoel zorgen dat deze Wereldbeker van Oranje had kunnen zijn.

In de verlenging voegde coach Del Bosque nog een aanvallende impuls aan zijn elftal toe. Xavi ging het spel meer van achteruit opbouwen, op de positie van Xabi Alonso en de ingevallen Cesc Fabregas nam de rol van Xavi als aanvallende middenvelder over. Hiermee zette Spanje nog meer druk op de stukgespeelde Nederlandse verdedigers, die bovendien inmiddels allemaal, net als de controleurs op het middenveld, een gele kaart op zak hadden. Feitelijk duwde Spanje Nederland op deze manier centimeter voor centimeter de afgrond in en bij terugkijken van de beelden, nadat de adrenaline en de eerste teleurstelling zijn gezakt,  is het gevoel van onontkoombaarheid groot. Als een acteur die nog met een paar vingers aan de klif hangt probeerde het Nederlands elftal er een penalty serie uit te slepen, maar helaas… Een WK finale mag een groot spektakel zijn, een Hollywood einde zit er in werkelijkheid zelden in. Laten we uiteindelijk niet vergeten dat Van Marwijk en zijn team en niet in het minst de spelers voor een onvergetelijke prestatie hebben gezorgd door voor een derde WK finale in de vaderlandse voetbalgeschiedenis te zorgen. We zijn er opnieuw erg dichtbij geweest, maar was winnen tenslotte niet belangrijker dan meedoen? Laten we hopen dat deze generatie nog een aantal mooie jaren wacht…

WK finale 2010 Nederland – Spanje: vooraf…

Niet elke 4-2-3-1 is hetzelfde…

Nederlandse vleugels tegen een Spaans centrum!

Voetbalgeschiedenis in de maak! Het duizelt dit WK van de statistieken, mede dankzij de opkomst van kanalen als twitter, podcasts, gamecasts en wat al niet meer. De eerste WK-finale voor Spanje, beide teams werden nog nooit wereldkampioen, nog nooit een Europese finale buiten Europa. Maar ook prestaties en spelpatronen van individuele spelers werden meer dan ooit blootgelegd. Xavi maakt veruit de meeste meters én verstuurt meer passes dan wie ook, slechts gevolgd door teamgenoot Xabi Alonso. Van Bommel krijgt de meeste (20) vrije trappen mee, Ramos maakt de meeste overtredingen (15), maar nog geen geel. En zo kun je maar doorgaan en doorgaan…

Je kan het zo gek niet bedenken of met name OPTA houdt het wel bij. En ondanks de stortvloed aan informatie is er wel degelijk wat zinnigs uit te halen. Er staan in de finale van het wereldkampioenschap twee teams op het veld die het 4-2-3-1 systeem spelen dat ook al in 2006 furore maakte. Net als in dat toernooi speelden drie van de vier halve finalisten consequent met dit systeem. Een prachtige analyse van alle 4-2-3-1 variaties van dit toernooi vindt u hier. Wie anders dan voetbaltaktiek-goeroe Jonathan Wilson legt u haarfijn uit dat de verschillen ondanks een op papier gelijke opstelling levensgroot zijn.

Wat mij betreft zit het voornaamste verschil tussen Nederland en Spanje in de manier waarop ze het spel opbouwen. Bij Spanje steekt er één man met kop en schouders boven uit als het gaat om de hoeveelheid balcontacten en dat is natuurlijk Xavi Hernandez. Hij speelt in een centrale rol en vrijwel iedere aanval die Spanje opbouwt gaat langs hem. Nederland daarentegen, zoals eerder uitgelegd in de nabeschouwing van de halve finale tegen Uruguay speelt voornamelijk via de backs en hun voornaamste aanspeelpunten zijn de vleugelspelers aan hun eigen kant, respectievelijk Kuijt voor van Bronckhorst en Robben voor Van der Wiel.

Verwachte opstellingen

Het zal dus een strijd worden tussen enerzijds de dominantie voor Spanje in het centrum van het veld, waar ook hun beste spelers staan opgesteld, en anderszijds de vleugels van Nederland. En daar hangt ook de keuze mee samen die Del Bosque moet maken voor zijn aanvalstrio. In de halve finale tegen Duitsland werd Torres geofferd voor Pedro, waardoor Villa als centrale spits kwam te spelen. Door de frequente positiewisselingen tussen Pedro en Iniesta onstond een dynamiek op de vleugels waar de statische Duitse verdediging veel moeite mee had. Als Del Bosque daarentegen voor de dominantie in het centrum kiest ligt de keuze voor Torres centraal en Villa als ouderwetse linksbinnen het meest voor de hand. Dit stelt Van der Wiel in potentie voor soortgelijke problemen als tegen Robinho in de kwartfinale tegen Brazilië.

Kortom, zullen de Spaanse tiki taka aanvallen door het centrum het winnen van de Nederlandse vleugels? Veel zal afhangen van de rol die Van Bronckhorst en Van der Wiel in aanvallend opzicht kunnen uitoefenen. Tenslotte staan Villa, Pedro en Iniesta als vleugelaanvallers niet bepaald bekend om hun meeverdedigende kwaliteiten. Hopelijk kunnen de middenvelders De Jong en Van Bommel voldoende stabiliteit bieden om de backs aanvallend de ruimte te geven, waarbij het niet ondenkbaar is dat Sneijder meer defensief werk in het centrum zal moeten leveren om de balans te bewaren…

Hoe dan ook wordt de finale een ode aan de twee landen die het al jaren door hun attractiviteit verdienen om een WK-finale te spelen. Voetbalgeschiedenis in de maak!

Nederland – Uruguay 3-2: het nieuwe voetballen!

4-2-3-1 tegen 4-1-3-2: het nieuwe voetballen en hoe Van Marwijk op dit WK het geluk afdwingt …

 

Waar Maarten Ducrot het wielrennen graag in termen van ‘oud’ en ‘nieuw’ wielrennen beschrijft, lijkt er op het WK 2010 zoiets als ‘oud’ en ‘nieuw’ voetballen te verschijnen. Dat vergt enige uitleg.

In het oude voetballen was de wereld tamelijk overzichtelijk. Ik zal niet zover teruggaan als de bijbel van de ontwikkeling van voetbaltaktiek van de briljante Jonathan Wilson, maar neem ter vergelijk de situatie bij het Nederlands elftal met die van het WK van 1998. De verdedigers schakelden in de eerste plaats hun man uit, verstuurden als het meezat een aantal prachtige lange passes. Wie herinnert zich niet de pass van Frank de Boer op Dennis Bergkamp in de kwartfinale tegen Argentinië? De middenvelders hadden bij uitstek het meeste balcontact, daarmee verantwoordelijk voor het creëren van kansen voor de spits om af te maken en de vleugelspelers tenslotte waren op hun best met rushes langs de lijn, resulterend in afdraaiende voorzetten richting, opnieuw, de liefst fysiek sterk spits. Patrick Kluivert, spits van Oranje in 1998 en nog altijd onbedreigd all-time topscorer van Oranje, is hiervan een uitstekend voorbeeld.

En nu dan? De backs hebben minstens zoveel balcontact als de creatieve middenvelders, het centrale middenveld wordt kort voor de verdediging gehouden en de voormalige tweede spits is veranderd in een aanvallende middenvelder, een rol die types als Sneijder en Özil op het lijf geschreven lijkt. De backs vervulden een promintente rol als je het elftal rangschikt op aantal balcontacten: 2e en 6e tegen Denemarken, 2e en 4e tegen Japan, 1e en 2e tegen Kameroen, 1e en 3e tegen Slowakije, 1e en 5e tegen Brazilië en tenslotte 2e en 5e gisteren tegen Uruguay. Oftewel, de backs zijn ironisch genoeg de centrale spelers in het elftal geworden.

Dan de doelpunten. Tijdens het WK van 1998 scoorde Oranje tot en met de halve finale 13 keer en werden 6 van die 13 treffers door de spits gemaakt. Dennis Bergkamp (3), Pierre van Hooijdonk (1) en Patrick Kluivert (2) waren de scorende spitsen. In Zuid-Afrika scoorde de spits slechts 2 van de 10 doelpunten, zowel Van Persie als Huntelaar één. En hiervan was de treffer van Huntelaar dan nog een rebound van de doelpoging van vleugelspeler Robben. Van meer dan de helft naar minder dan een kwart. De scorende spits lijkt te zijn vervangen door de meevoetballende spits die spelers om hem heen in staat stelt te scoren, soms via directe assists zoals van Persie dit toernooi tweemaal deed, soms door een rol in de opbouw naar de assist te vervullen.

Kortom, in het nieuwe voetbal scoort de spits niet meer, maken de backs het spel en komen de goals van de man achter de spits en van de vleugelspelers die naar binnen snijden, hierbij geholpen door de trend om linksbenige spelers op rechts te positioneren en vice versa.

De opstelling

Basisopstellingen

Verschillen met de voorbeschouwing die eerder op deze site verscheen zijn er zeker. Oscar Tabarez, de ervaren coach van Uruguay, koos voor Cacares als vervanger van de geschorste Fucile op de linksback positie. Cacares is een rechtsbenige centrumverdediger die de naar binnen snijdende rushes van Robben beter moest kunnen opvangen. Verder was het opvallend te zien dat Uruguay in feite met één centrale verdedigende middenvelder speelde en daarvoor een ook vrij verdedigend ingestelde lijn van drie middenvelders. Hiermee ontstond een ruitvormig verdedigingsblok op het middenveld, iets waartegen Nederland nog niet eerder had gestaan en waarmee met name Sneijder het in het begin van de wedstrijd lastig had om ruimte voor zijn spel te vinden.

De wedstrijd

De lange inleiding van dit stuk staat er natuurlijk met reden. En dat is dat opnieuw in deze wedstrijd, nog meer dan eerder tijdens het WK de opbouwende vrije rol van de backs opviel. Met name de aanvallende capaciteiten van aanvoerder en linksback Van Bronckhorst kwamen geweldig goed uit de verf. Aan de rechter zijde was er voor Boulahrouz minder ruimte. Links op het middenveld had Pereira, van nature linksback bij Benfica, een veel meer naar voren gerichte rol dan zijn collega Perez op rechts. Laatstgenoemde was in de eerdere optredens ook naast Arevalo als centraal verdedigende middenvelder geposteerd. Doordat Uruguay Van Bronckhorst onvoldoende onder druk zette, een logisch gevolg van de teruggetrokken positie van rechter middenvelder Perez, riep het de 1-0 in feite over zichzelf af.

Hierna ging Perez een iets aanvallender positie innemen (www.fifa.com) waardoor het spelbeeld meer in evenwicht kwam. Hier kwam een goede fase van het Uruguayaanse middenveld bij, waarbij ook nog eens De Zeeuw eerst geblesseerd het veld moest verlaten en daarna een ruim kwartier niet volledig aan het spel leek te kunnen deelnemen. Regelmatig liet Forlán zijn uitstekende gevoel voor ruimte zien door keer op keer tussen de Oranje linies op te duiken en niet voor niets was hij voor deze wedstrijd al de speler met de meeste treffers van buiten de zestien sinds Lothar Mattheus in 1990 (bron OPTA) en schiet hij 73% van zijn schoten van buiten de zestien op doel tegen 33% binnen de zestien (opnieuw OPTA). Het feit dat hem dit in deze wedstrijd opnieuw lukte terwijl toch vooraf duidelijk was dat Nederland dit gevaar te wachten stond is een sterk pleidooi voor zijn kwaliteiten. Niet voor niets gaan er geruchten over een terugkeer naar Manchester United, dat team kan wel een zwervende speler om spits Rooney gebruiken.

Van Marwijk wisselde in de rust de geblesseerde De Zeeuw voor de meer aanvallend ingestelde Van der Vaart en verliet hiermee voor het eerst zijn heilige 4-2-3-1 systeem. Sneijder kreeg een iets meer teruggetrokken rol en Van der Vaart nam de rol achter van Persie op zich. Hiermee maakte Oranje stukken beter gebruik van de ruimte die Uruguay bood. Dit had veel te maken met de keuze om de verdedigend ingestelde Gargano centraal op het middenveld op te stellen. Hierdoor waren twee controleurs op het middenveld in feite te veel van het goede en mocht Rafael van der Vaart de aanval meer kracht bijzetten. De wedstrijd kantelde hiermee in het voordeel van Nederland en het geluk om dit ook in de score vertaald te zien ontbrak niet.

Tenslotte

Nederland beschikt dit WK over een uitstekende technische staf en in deze wedstrijd werd eens te meer aangetoond dat een goede wissel de wedstrijd kan doen kantelen. Met een recent verleden van coaches die hier minder in zijn geslaagd mogen we met de kwaliteiten van Van Marwijk en zijn team onze handen dichtknijpen! Op naar de finale!

Nederland – Uruguay: vooraf…

De wedstrijd na de wedstrijd…

Voor beide teams zal deze wedstrijd toch te boek staan als de wedstrijd na de wedstrijd. De Nederlandse overwinning op Brazilië zal, hoe het WK 2010  ook verder afloopt, de boeken ingaan als één van de absolute hoogtepunten van dit wereldkampioenschap. De verrassing was groot, evenals het afgedwongen internationale respect en daarmee heeft Oranje overduidelijk de favorietenrol voor de komende wedstrijd.

Tegenstander Uruguay heeft ook bepaald geen onbewogen kwartfinale achter de rug. Het land zag zichzelf uitgeschakeld worden, ware het niet dat een symbiose van de ‘Hand van God, deel II’ en een verzameling engelen op de lat ervoor zorgden dat niet het Ghana van strafschopnemer Asamoah Gyan, maar het Uruguay van de veelbesproken Luis Suarez voor het eerst sinds 40 jaar in de halve finale van een WK staat.

Waar Maradona op het WK van 1986 in Mexico nog met zijn ‘Hand van God’ wegkwam moet Suarez er wel degelijk een prijs voor betalen. Hij mist de halve finale door een schorsing. Verder ontbreken linksback Fucile vanwege een tweede gele kaart en Ajacied Lodeiro wegens een gebroken middenvoetsbeentje. Centrale verdediger Godin miste door een dijbeenblessure het kwartfinaleduel met Ghana, maar zou tegen Nederland wel weer kunnen spelen (EDIT: Godin moet toch dit duel aan zich voorbij laten gaan en wordt waarschijnlijk door Victorino vervangen). Verder is het meespelen van centrale verdediger en aanvoerder Diego Lugano is enige tijd twijfelachtig geweest vanwege een kwetsuur aan de rechter enkel, maar hij lijkt fit genoeg om te starten aanstaande dinsdag.

Bij Oranje ontbreken Gregory van der Wiel en Nigel de Jong, beiden wegens een tweede gele kaart in de kwartfinale tegen Brazilië. Hun meer dan waarschijnlijke vervangers zijn Khalid Boulahrouz en Demi de Zeeuw, waarmee de opstelling niet anders zal zijn dan de 4-2-3-1 die van Marwijk en zijn assistenten niet alleen dit hele toernooi, maar ook de hele kwalificatie zoveel succes heeft gebracht. De 0-1 achterstand tegen Brazilië was zelfs de eerste achterstand van het Nederlands elftal tijdens de kwalificatie en eindronde van dit wereldkampioenschap.

Verwachte basis opstellingen

Uruguay heeft in dit WK, in tegenstelling tot Oranje, al een aantal keer van verschillende basisopstelling gebruik gemaakt. Tegen Frankrijk begonnen ze het toernooi met een 3-5-2 opstelling, die wegens gebrek aan aanvallende structuur werd verlaten. Hierna volgde tegen Zuid-Afrika en Mexico een vorm van 4-3-3 met Suarez als diepste spits. In de achtste finale tegen Zuid-Korea speelde Forlán juist weer achter de spitsen in een 4-3-1-2, een rol die hem uitstekend tot zijn recht doet komen. En opnieuw anders was het tegen Ghana, toen de basisopstelling het meest weghad van een 4-2-3-1 zoals we die van Nederland kennen en opnieuw was Diego Forlán de grote man op de centrale plek achter de spits.

Daarmee is maar aangegeven dat coach Oscar Tabarez, met de veelzeggende bijnaam ‘Maestro’, er niet voor terugschrikt om zijn team op dit WK aan de gegeven omstandigheden aan te passen. Tegen Nederland lijkt het, mede met de afwezigheid van sterspeler Suarez, logischer om een één spitsen systeem te verwachten, meest waarschijnlijk een 4-2-3-1 dan. Dit zou Forlán op zijn geliefde en succesvolle positie achter de spits plaatsen en tegelijkertijd voor de nodige balans op het middenveld zorgen met Perez en Arevalo in een verdedigende rol. Veteraan Abreu, held in Uruguay na zijn ‘Panenka’ tegen Ghana lijkt de aangewezen kandidaat om Suarez in de spits te vervangen. Abreu is wel een heel ander type speler dan de spits van, nu nog, Ajax. Hij is lang, 1.93m, en fungeert meer als aanspeelpunt (target man) dan als man van de actie, wat niet slecht aansluit bij de verwachting dat Uruguay het spel door Nederland zal laten maken en vooral in de counter gevaarlijk zal zijn.

Nederland – Brazilië 2-1

4-2-3-1 tegen 4-2-2-2 / 4-2-3-1: over Van Marwijk’s ingrijpen en hoe Brazilië zichzelf uitschakelt…

Vooraf

Nog voordat er ook maar een minuut gespeeld was stond reeds vast dat dit een ware klassieker van het WK 2010 zou worden. Nederland was maar liefst 23 wedstrijden ongeslagen aan de vooravond van deze kraker. De wereld hield zijn adem in, het Wereldkampioenschap Voetbal 2010 ging nu echt beginnen. De grootste kansen werden toegedicht aan het Brazilië van coach Dunga, in eigen land stevig onder vuur genomen vanwege de keuze voor defensieve stabiliteit boven swingend sambavoetbal. Bert van Marwijk schikte zich maar wat graag in de rol van underdog: ”Ik heb altijd gezegd dat we in staat zijn om iedere ploeg te verslaan. Daar blijf ik blij. Maar het is denk ik niet zo dat we als favoriet aan die wedstrijd beginnen. Misschien is dat ook wel eens lekker.”

De opstellingen

De opstellingen aan het begin van de wedstrijd

Over de opstelling bestond, zoals het gehele WK 2010 vooraf weinig twijfel. De 4-2-3-1 formatie staat als een huis en de keuze voor Kuijt op de linkervleugel beviel niet alleen goed tegen Slowakije, maar is ook een logische om de offensieve kwaliteiten van rechtsback Maicon in te dammen. Interessant was het om te zien hoe Nederland omging met de neiging van de Braziliaanse buitenspelers Alves en Robinho om vrij centraal te spelen dit WK, hiermee ruimte makend voor de opkomende backs Maicon en Bastos. Verder speelden De Jong en Van Bommel meer naar voren dan gebruikelijk, hiermee druk zettend op Felipe Melo en Gilberto Silva in de bedoeling om de Braziliaanse opbouw vroeg te storen.

Keerzijde van deze keuze was dat Van der Wiel vaak te maken had met zowel Robinho als de naar links neigende Kaka.  Een tweede probleem wat met de positie van De Jong en Van Bommel te maken had was de dekking van rechter middenvelder / vleugel-speler Dani Alves. De hybride rol die de back van Barcelona bij Brazilië sinds de blessure van Elano krijgt toebedeeld leidt ertoe dat de opstelling soms als 4-2-3-1 en dan weer als 4-2-2-2 wordt omschreven. In deze wedstrijd starte Brazilië zonder meer met Robinho en Alves op de vleugels, een 4-2-3-1 derhalve. Echter, naarmate de eerste helft vorderde en met name na de rust opereerden Robinho en Alves meer centraal, waarmee de 4-2-2-2 weer duidelijk zichtbaar werd. Giovanni van Bronckhorst was de man om Alves uit te schakelen, maar hiermee ontstond veel ruimte links achterin bij Nederland, in potentie een prachtig jachtterrein voor de opkomende Maicon.

Tenslotte werd slechts een paar minuten voor de aftrap van deze WK kwartfinale duidelijk dat Joris Mathijsen, die in alle kwalificatiewedstrijden en alle WK-wedstrijden tot dat moment nog geen minuut gemist had, wegens een knieblessure niet kon spelen. Hij werd vervangen door de clubloze (!) André Ooijer.

In de praktijk

De Braziliaanse aanval had in feite tamelijk vrij spel door de eerder geschetste problemen die Nederland had met met name Robinho en Dani Alves. Deze opname (8e minuut) illustreert het probleem. Robinho is naar binnen getrokken waardoor Van der Wiel (blauw) geen man meer heeft. Heitinga en Ooijer staan één-op-één met respectievelijk Robinho en Luis Fabiano. En op de Nederlandse linkervleugel heeft Dani Alves zijn mandekker Van Bronckhorst (paars) mee naar binnen getrokken waardoor Maicon (in balbezit), achtervolgd door Kuijt (rood), kan opkomen. Het gemarkeerde gebied ligt vervolgens helemaal open…

Opname uit de achtste minuut: let op de ruimte die links achterin ligt

Het zelfde fenomeen ligt aan de basis van de 1-0 van Robinho. Dani Alves is nu zover naar binnen getrokken dat Van Bronckhorst hem aan Heitinga heeft over gegeven. Robinho kiest slim positie tussen Robben en Van der Wiel in, waarbij laatstgenoemde helaas opnieuw alleen lucht staat te dekken en vervolgens duikt Robinho in het door Alves getrokken gat in het hart van de Nederlandse verdediging na een prachtige centrale pass van Felipe Melo. Alleen al het feit dat Robben van alle Nederlandse spelers nog het dichtst bij Robinho staat op het moment dat hij Stekelenburg passeert zegt genoeg over de positionele problemen in de Oranje verdediging.

Van Marwijk heeft zijn les gelukkig snel geleerd en vanaf de openingsgoal speelt Van der Wiel duidelijk dichter op Robinho waarmee de organisatie weer terug is in het Nederlands team. De rest van de eerste helft valt vooral het fysieke spel van Oranje op. Dit levert een aantal overtredingen, maar slechts één gele kaart (Heitinga) op. Neveneffect is een groeiende irritatie bij de extroverte Zuid-Amerikanen, met name over vermeende schwalbes en theather van de ‘man van glas’ op Oranjes rechter vleugel, die maar liefst acht vrije trappen mee krijgt deze wedstrijd (een record op dit WK). Dit komt uiteindelijk Michel Bastos op een gele kaart te staan en dwingt Dunga om Bastos kort na rust te vervangen door Gilberto Melo.

Na de rust

Direct in de eerste minuten na rust wordt duidelijk dat Van Marwijk uit een ander vaatje tapt. Backs Van Bronckhorst en met name Van der Wiel hebben een veel aanvallender rol, zoals we ze ook uit de eredivisie kennen. Hiermee maakt Nederland gebruik van het gebrek aan terugverdedigend vermogen van met name Robinho en in mindere mate Dani Alves. Beide vleugelaanvallers trekken nog meer naar hun geliefde centrale posities. Daarbij komen de Brazilianen dermate slap uit de kleedkamer dat Nederland de eerste minuten na rust het balbezit naar zich toe kan trekken en de tandems Van der Wiel-Robben en Van Bronckhorst-Kuijt komen meer tot hun recht. Dit komt ook goed tot uiting in de passing statistieken (www.fifa.com). Waar tegen Slowakije (link) de backs hun vleugelspits pijnlijk weinig wisten te bereiken is dat in deze wedstrijd wel anders: links tellen we 14 passes tussen Van Bronckhorst en Kuijt en rechts vinden Van der Wiel en Robben elkaar maar liefst 23 keer.

Het is bij de 1-1 dan ook Van der Wiel die oprukt aan de rechter kant, Robben vindt die op zijn beurt al dan niet getackeld wordt door Bastos, die reeds geel op zak heeft. Opnieuw enig theater van de vleugelspits waarbij scheidsrechter Nishimura terecht de kaarten op zak houdt. De vrije trap komt via Robben terug bij Sneijder en zijn voorzet belandt met enig fortuin via Felipe Melo’s hoofd achter doelman Julio Cesar die de bal volledig mist.

De overlappende Oranje backs zetten door, middenvelders De Jong en Van Bommel bleven de grens van het fysiek toelaatbare precies benaderen en daarmee het Braziliaans balbezit beperken. De Zuid-Amerikanen, niet gewend aan dergelijke tegenstand konden bij momenten hun ergernis niet weerstaan.

Uiteindelijk was het notabene uit een corner dat Nederland 2-1 maakte. De ironie aan deze treffer kon niet op. Sneijder (1.70m) die niet goed wordt gedekt door Felipe Melo (1.83m) en koppend scoort. De tegenstelling met de volkomen mislukte corner variant van Robben uit de eerste helft. Het feit dat juist Brazilië bekend staat om het goed verdedigen van dode spelmomenten, waar Oranje zelden uit deze situaties weet te scoren. Al deze ironie kwam vijf minuten later samen toen Felipe Melo eerst geen vrije trap kreeg in een duel met Van Bommel en enkele seconden later, na een overtreding op opnieuw Robben, niet voor het eerst in zijn carrière, zijn frustraties niet de baas kon en volkomen terecht wegens natrappen met rood het veld moest verlaten.

Hierna werd duidelijk dat Nederland op dit wereldkampioenschap in staat is om resultaatgericht voetbal te spelen, hierbij geholpen door het feit dat Brazilië in de onwennige situatie verkeerde van pressie te moeten spelen op jacht naar de benodigde gelijkmaker.

Tenslotte

Brazilië heeft in deze tweede helft vooral van zichzelf verloren. Het heeft Nederland toegestaan om hun temperamentvolle karakter slim uit te spelen in plaats van rustig te blijven en van de overvloedig aanwezige eigen kracht uit te gaan. Onder het motto van wie niet sterk(er) kan zijn moet maar slim zijn hebben Van Marwijk en zijn mannen, niet voor het eerst op dit WK, het maximale uit deze wedstrijd gehaald. Vereeuwiging in de Nederlandse sportgeschiedenis lijkt nu al hun deel te zijn! In diverse media lijkt het binnenhalen van de titel slechts een logisch gevolg van deze heroïsche wedstrijd. Het is nu aan Van Marwijk en zijn staf om te laten zien dat ze over meer gogme beschikken en te beseffen dat met Uruguay in de halve finale een heel anders ingestelde tegenstander wacht.

Nederland – Slowakije 2-1

4-2-3-1 tegen 4-2-3-1 met veel aanvallende positiewisselingen…

De opstellingen

Vooraf stond deze wedstijd in de Nederlandse media toch vooral in het teken van de terugkeer van Arjen Robben in de basiself van het Nederlands elftal op het WK 2010 in Zuid-Afrika. Waar de test van twintig invalminuten tegen Kameroen goed uitpakte, zowel voor het spelbeeld als voor Robbens toch wat tere gestel, waren de verwachtingen in Nederland hoog gespannen.

De opstellingen aan het begin van de wedstrijd

Robbens terugkeer betekende een keur aan mogelijkheden in aanvallend opzicht. Van Marwijk posteerde Robben aan zijn geliefde rechterkant, een positie die hem ook ik deze wedstrijd in staat stelde zijn kenmerkende naar binnen snijdende actie te maken waarmee hij dit seizoen al zo vaak de korte hoek wist te vinden. Op de linkervleugel verdiende Kuijt de voorkeur boven Elia, Afellay en Babel, hoewel de laatstgenoemde nauwelijks serieus in de plannen lijkt te hebben voorgekomen. Voor het overige staat de Nederlandse basis als een huis. De keuze om Kuijt hier te posteren maakte vele positiewisselingen mogelijk, aangezien zowel Sneijder als Van Persie aan de linker zijde goed uit de voeten kunnen. Dit drietal dook dan ook veelvuldig in verschillende posities op.

Aan Slowaakse zijde bleef de 4-2-3-1 opstelling zoals in de succesvolle wedstrijd tegen Italië gehandhaafd. De schorsing van verdedigende middenvelder Strba werd door Vladimir Weiss aangegrepen om aanvallende middenvelder Hamsik een linie terug te halen en zijn plaats achter de spitsen werd voornamelijk ingevuld door Jendrisek, hoewel Weiss en Stoch, de beide vleugelaanvallers frequent met Jendrisek van positie wisselden in het eerste deel van de wedstrijd. Hamsik, op zijn beurt kreeg de taak om het spel meer van achteruit te verdelen dan anders, hierbij gehinderd door Van Bommel en De Jong die om beurten druk op de jonge Slowaak zetten. Helaas bleken Weiss, Stoch en Jendrisek toch meer spelers die de pass ontvangen dan echte spelmakers en Hamsiks aanvallende rol, eerder zo succesvol op dit WK werd node gemist.

De doelpunten

1-0

 

In de 18e minuut is het, wie anders?, Arjen Robben die de score opent. Slowakije verliest de bal na een ingooi aan de rechter kant van het veld. Let vooral op de positie van de Slowaakse verdedigende middenvelders Hamsik (blauw) en Kucka (geel). Beiden staan halverwege de helft van Nederland op het moment dat Slowakije balverlies leidt. Op dat moment staat Robben pas halverwege de eigen helft, maar de combinatie van zijn snelheid en de handelingssnelheid van Wesley Sneijder zorgt voor een dieptepass waarmee een klassieke twee-tegen-drie situatie ontstaat.  Robin van Persie kruist achterlangs om ruimte te maken in het centrum en Robben plaatst de bal tussen de verdedigers door precies in de korte hoek.

 

2-0

 

Tijdens het noodgedwongen Slowaakse slotoffensief scoort Sneijder de 2-0. Een vrije trap rond de middellijn, genomen door aanvoerder van Bronckhorst (blauw) terwijl centrale verdediger Skrtel (paars) zich nog bezig houdt met protesteren. Kuijt en Huntelaar staan hierdoor één-tegen-één. Kuijt (rood) kruist met invaller Huntelaar, is teamspeler genoeg om het overzicht te bewaren en vindt Sneijder die de bal perfect plaatst door de benen van verdediger Durica.

2-1

De penalty kan je op veel manieren van commentaar voorzien. Nederland moet het schot er eerder uithalen, Heitinga moet centraal achterin blijven, Stekelenburg moet zijn arm niet uitsteken, of de spits haakt (slim) zijn been achter de arm van de keeper. Afijn, 2-1 met het laatste balcontact…

 

De statistieken

Wat tijdens de wedstrijd niet direct in het oog springt, maar duidelijk uit de passing statistieken (www.fifa.com) naar voren komt is het opmerkelijke feit dat er slechts één pass van linksback Van Bronckhorst naar linkeraanvaller Kuijt ging tegen 16 naar Robben. Aan de rechterkant zien we hetzelfde patroon: Van der Wiel verstuurde zeven passes naar Robben en maar liefst 16 naar Kuijt. Hiermee hebben beide backs de bal vaker naar doelman Stekelenburg teruggespeeld dan dat zij hun vleugelaanvaller wisten aan te spelen. Wil Nederland in de komende wedstrijden op dit WK aanvallend meer potten breken dan zullen de backs hun vleugelspelers toch vaker moeten bereiken.

Verder valt in de passing statistiek op dat Van Persie slechts 14 balcontacten heeft in de 80 minuten dat hij op het veld staat, ongeveer drie keer zo weinig als het gemiddelde van zijn medespelers (46) en 2,5 keer zo weinig als de Slowaakse spits Vittek. Ook dit zal de volgende wedstrijd behoorlijk hoger moeten zijn. Zie ook deze analyse van Van Persies WK-prestaties, afgezet tegen zijn Premier League prestaties van afgelopen seizoen.

Conclusie

Het Nederlands elftal speeltop dit WK in Zuid-Afika onnederlands voetbal, resultaatgericht en pragmatisch. Of dit voor de belangrijke komende wedstrijd van Nederland tegen Brazilië voldoende zal zijn weten we over een paar uur!